De monteur die geen monteur was

Ik werk al twaalf jaar achter de balie van Van den Berg Premium Auto's in Rotterdam. Ik heb er heel wat zien langskomen: klanten met te veel geld en te weinig geduld, jongens die net hun rijbewijs hebben en denken dat ze een Porsche aankunnen, en af en toe een type dat denkt dat een showroom een museum is. Maar het verhaal van Sven en die twee vrouwen zal ik nooit vergeten.

Het begon op een zaterdagavond in oktober. Mijn man Jan en ik vierden ons vijftienjarig huwelijk in Restaurant Zalmhuis, dat glazen paleisje aan de Maas. We hadden een tafeltje bij het raam, uitkijkend op de Erasmusbrug. Jan had de kreeft besteld, ik de steak met rozemarijn, tweeënveertig euro. We hadden net geklonken op ons porseleinen jubileum toen ik Sven zag.

Hij zat twee tafels verderop, in een spijkerbroek en een verschoten blauwe trui. Geen pak, geen stropdas. Dat was al vreemd, want ik kende Sven als de eigenaar die op maandagochtend altijd in een donkerblauw maatpak door de showroom liep. Nu leek hij op een student die zijn eerste afspraakje heeft. Tegenover hem zat een vrouw van een jaar of achtentwintig, in een zijden jurk die meer kostte dan mijn maandhuur. Ze had een zware armband om, en haar parfum hing tot aan onze tafel.

Ik hoorde haar stem, hoog en schel, boven het geroezemoes uit. "Sven, schat, dit is toch een grap?" Ze hield een klein doosje open, met alleen haar duim en wijsvinger, alsof er een dode muis in lag. "We zitten hier voor een diner dat net zo duur is als jouw halve maandloon, en jij komt met… dat?"

Sven zei iets over de zuiverheid van de diamant, maar zij lachte. "Diamant? Jij? Van je fooien uit de garage zeker." Ze leunde achterover, haar armband kletterde tegen de rand van haar glas. "Eerlijk? Met jou rondrijden in die roestbak van een Opel, bier drinken op de motorkap, luisteren naar je verhalen over carburateurs, dat was leuk. Een beetje spanning. Even weg van echte mannen. Maar trouwen? Jij bent een kneus, geen echtgenoot."

Ze gooide het doosje over tafel. Het kaatste tegen de voet van mijn stoel en bleef liggen op het tapijt. Ik keek naar Jan, die met opgetrokken wenkbrauwen naar zijn bord staarde. Sven bleef even zitten, zijn vingers strak om zijn mes. Toen bukte hij, raapte het ringetje op en stopte het in zijn zak. Hij legde een stapel briefjes op tafel, zonder de rekening te bekijken, en liep naar de uitgang.

Jan fluisterde: "Zag je dat?" Ik knikte alleen maar. We zeiden er verder niets over. Ik had geen zin om het te verklaren. Ik wist dat Sven geen arme sloeber was; ik had toegang tot de salarisadministratie, al zei ik dat aan niemand. Maar ik hield mijn mond. Het was zijn leven.

De maandag daarop kwam Sven om acht uur binnen, en hij beende meteen naar zijn kantoor. Nog geen koffie, geen goedemorgen. Ik zag aan zijn gezicht dat er geen goed gesprek zou komen. Femke, onze manager logistiek, liep hem om tien uur achterna met een map vol vrachtbrieven. Ze was een stille meid van zevenentwintig, altijd met een strakke knot en een grijze trui. Ze had nog nooit problemen gehad met leveranciers. Maar die ochtend, na tien minuten, vloog de deur open en kwam Femke naar buiten. Haar ogen waren rood, haar neus gezwollen. Ze liep rechtstreeks naar het magazijn, zonder op of om te kijken.

Ik hoorde later van de chef-monteur dat Sven tegen haar had geschreeuwd, dat ze zich met zijn privéleven had bemoeid. Femke had blijkbaar iets gezien op de parkeerplaats, die vrijdag ervoor, en had het aan Sven verteld. Hij reageerde als een idioot. Ik kende Sven als een redelijke vent, maar die dag was hij een ander mens.

's Middags zag ik dat hij spijt had. Hij liep drie keer naar het magazijn, draaide zich om, liep terug. Om vijf uur ging hij weg, zonder gedag te zeggen. Ik hoorde van de receptioniste dat Femke die ochtend had gebeld dat ze uit haar huurwoning werd gezet. De huisbaas had gezegd dat zijn zoon ging trouwen en dat de sleutel vóór negen uur de volgende ochtend onder de deurmat moest liggen. Femke had net de ziekenhuisrekening van haar moeder afbetaald en had geen cent over voor een borg of een verhuizing.

Die avond, na mijn dienst, fietste ik naar huis langs de oude pakhuizen van Delfshaven. Het motregende, de straat stonk naar nat asfalt en frituurvet. Ik dacht aan Femke en aan al die kartonnen dozen op de stoep. Ik heb haar nummer niet gebeld. Het waren mijn zaken niet.

Een week later stond Femke ineens achter de balie met een sleutelbos in haar hand en een doos met spullen. "Sven heeft me een leegstaand appartement gegeven, tijdelijk," zei ze kortaf. "Premie voor overwerk, noemde hij het." Ze keek naar de grond. "Raar, hè?"

Ik haalde mijn schouders op. "Beter dan een hostel, toch?"

Twee maanden daarna zag ik ze samen koffie drinken in het magazijn. Niet gearmd, niet verliefd, gewoon twee mensen die over de inkoop van remschijven praatten. Maar zijn koffie stond naast de hare, en hij had zijn telefoon met de foto van een zwarte Mercedes GLS aan haar laten zien. Ik heb nooit gevraagd wat er precies was gebeurd. Ik ben administratrice, geen detective.

Nu, acht maanden later, zit ik op zaterdagochtend achter de balie. De showroom is vol glimmend metaal en de geur van leer. Ik moet eigenlijk om twaalf uur weg, want mijn zoon Tim heeft een voetbalwedstrijd en ik heb beloofd te kijken. Om elf uur komt er een vrouw binnen. Ik herken haar meteen: dezelfde zijden jurk, maar nu gekreukeld, dezelfde zware armband, maar haar gezicht is grauw. Ze stapt op me af en tikt met haar nagel op de toonbank.

"Is Sven hier? De monteur? Ik moet hem spreken."

Ik kijk haar aan. Mijn hartslag gaat omhoog. Achter haar wacht een klant die net heeft gevraagd naar de nieuwe Audi Q5. Ik houd mijn glimlach beleefd. "Sven van den Berg? U bedoelt de eigenaar van dit bedrijf?"

Ze trekt haar wenkbrauwen samen. "Wat? Nee, de monteur. Hij rijdt in een oude Opel Astra. Lange jongen."

"U vergist zich," zeg ik, en mijn stem klinkt iets koeler dan ik wil. "Sven is de stichter van de hele groep. Hij komt soms in de werkplaats om de kwaliteit te controleren, maar vandaag is hij er niet." Ik pauzeer even. "Vandaag trouwt hij. Met Femke de Vries, ons hoofd logistiek. In kasteel De Hooge Vuursche, een besloten feest."

De vrouw staart me aan. Haar mond gaat open, maar er komt geen geluid uit. Haar gezicht wordt eerst rood, dan wit. Ze kijkt naar het grote logo boven mijn hoofd, naar de gepoetste bolides, naar de prijskaartjes van zeventig- tot honderdtwintigduizend euro. Dan loopt ze naar de uitgang, stijf als een plank.

De klant achter haar kijkt me vragend aan. "Alles in orde?" vraag ik. "Mag ik u verder helpen met de Audi Q5?"

Ik handel de klant af, maar mijn gedachten zijn ergens anders. Nadat de showroom weer rustig is, pak ik de telefoon en bel het nummer van Femke. Ze neemt op na twee keer overgaan, vrolijk, met muziek op de achtergrond.

"Marieke! Alles goed? Is er iets op de zaak?"

"Er was net een zekere Sharon aan de balie. Ze vroeg naar Sven de monteur."

Aan de andere kant hoor ik alleen even ademen. Dan zegt Femke, veel kalmer dan ik verwacht: "Ah, zij. Sven heeft me alles verteld over die avond. Luister, Marieke, wil je iets voor me doen? Zet haar naam op de zwarte lijst van alle vestigingen. Voor altijd. Ik wil niet dat ze nog één keer een voet in onze showrooms zet."

"Geen probleem," zeg ik.

Ik leg de hoorn neer en open het klantenbestand op de computer. Ik typ: "Sharon van der Meer." Dat was haar achternaam, die had ik ooit op een reservering gezien. Ik klik op de knop "Toegang blokkeren" en bevestig. Het scherm wordt even donker, dan verschijnt er een melding: "Toegang geweigerd voor alle locaties."

Ik sluit het programma en kijk op mijn horloge. Twaalf minuten over twaalf. Tims wedstrijd is al begonnen. Ik pak mijn jas, zet de balie af, en loop naar buiten. De lucht ruikt naar regen en haring van de viskraam op de hoek.

Ik stap op mijn fiets en rijd de binnenstad in, langs de singel. Achter me blijft de showroom met zijn glimmende auto's staan. En ergens in een kasteel aan de andere kant van de stad zitten Sven en Femke aan een lange tafel, met een trouwring die waarschijnlijk groter is dan dat kleine geval dat ze destijds over tafel gooide.

Maar dat is niet mijn verhaal. Het mijne eindigt hier, met een zwarte lijst en een fietstocht naar een voetbalveld.

Оцените статью
Coldagent
Добавить комментарии

;-) :| :x :twisted: :smile: :shock: :sad: :roll: :razz: :oops: :o :mrgreen: :lol: :idea: :grin: :evil: :cry: :cool: :arrow: :???: :?: :!: